Nieuws
PVU dient klacht in tegen PvdA burgemeester Wolfsen
01 maart 2010
De Partij Vrij Utrecht heeft middels een schrijven van haar advocaat, een officiële klacht ingediend bij de Ombudsman, tegen de haar inziens bewuste tegenwerking op partij-politieke gronden van het Centraal Stembureau in de persoon van PvdA burgemeester Wolfsen. Onderstaand de aanklacht zoals ingediend.
Gemeentelijke
Ombudsman Utrecht
T.a.v. mw M.
Schellekens
Postbus 1307
3500 BH UTRECHT
Utrecht, februari 2010
Inzake
: Klacht
Centraal Stembureau, althans zijn voorzitter
Ons
kenmerk : PVU /
registratie, 27090028
Geachte
mevrouw Schellekens,
Middels het
onderhavige schrijven dien ik namens de Partij Vrij Utrecht een klacht in tegen
het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van
Utrecht, althans zijn voorzitter de burgemeester van Utrecht, de heer
mr. A. Wolfsen. Dit vanwege het optreden van het Centraal Stembureau
gedurende de procedure voor registratie voor de aanstaande
gemeenteraadsverkiezingen.
Samenvatting
voorgeschiedenis
In de aanloop
naar de verkiezingen heeft de Partij Vrij Utrecht (PVU) een registratieverzoek
ingediend bij het Centraal Stembureau. Dit verzoek wordt bijgevoegd als bijlage
1. Het Centraal Stembureau heeft dit verzoek vervolgens afgewezen (bijlage 2),
op de onjuiste grond dat de PVU geen vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
was. Dit terwijl de PVU bij het registratieverzoek een notariële akte houdende
statuten had overgelegd, hetgeen reeds voldoende is om over volledige
rechtsbevoegdheid te beschikken. Bij brief d.d. 23 december 2009 (bijlage 3)
heeft de raadsman van de PVU de voorzitter van het Centraal Stembureau, de heer
Wolfsen, dan ook rechtstreeks aangeschreven om aan te geven dat zijns inziens
sprake was van een misslag. Hij verzocht de heer Wolfsen het besluit te
heroverwegen. Hierbij werd tevens het beroepschrift (bijlage 4) meegezonden,
dat werd ingediend bij de Raad van State. Aangezien elke reactie van het
Centraal Stembureau uitbleef, vond op 5 januari jl. de zitting bij de Raad van
State plaats. Tijdens deze zitting herhaalde het Centraal Stembureau zijn
standpunt slechts. Op 7 januari jl. heeft de Raad van State vervolgens
uitspraak gedaan en de PVU in het gelijk gesteld (bijlage 5). Onderdeel van de
uitspraak was dat het Centraal Stembureau de proceskosten van de PVU diende te
vergoeden, begroot op € 644,- aan kosten voor rechtsbijstand en
€ 297,- aan griffierecht. Ondanks een aanmaning van de raadsman van de PVU
(bijlage 6), blijft betaling hiervan nog altijd uit.
De klacht
Op grond van
het voorgaande wenst de PVU een klacht in te dienen tegen de wijze waarop het
Centraal Stembureau, in het bijzonder zijn voorzitter, in deze kwestie heeft
gehandeld.
De afwijzing
verbaast temeer nu een correcte beoordeling slechts een elementaire kennis van
het verenigingsrecht vereist en de oplossing bovendien eenvoudig af te leiden
is uit het raadplegen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (dan wel het op dit
punt heldere Tekst & Commentaar bij Boek 2).
Een vereniging verkrijgt volledige rechtsbevoegdheid op het moment dat de
statuten zijn vastgelegd in een notariële akte. Andere vereisten zijn er niet.
Ter bevestiging wordt een schrijven van de betreffende notaris d.d. 28 december
2009 bijgevoegd (bijlage 7).
Het is
derhalve onbegrijpelijk dat het Centraal Stembureau, na het lezen van een
notariële akte houdende de statuten, tot de slotsom kwam dat geen sprake is van
volledige rechtsbevoegdheid. Het is onbegrijpelijk dat een orgaan dat zo
belangrijk is voor het functioneren van de lokale democratie als het Centraal
Stembureau, niet over de vereiste juridische kennis zou beschikken om te
beoordelen of sprake is van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid. Het
betreft hier immers een van de belangrijkste criteria waaraan een politieke
partij moet voldoen voor registratie; dat het Centraal Stembureau te Utrecht
niet in staat zou zijn deze eenvoudige beoordeling uit te voeren, is dan ook
zeer kwalijk. Op zijn minst is sprake van ernstige onzorgvuldigheid.
Feit is
bovendien dat het Centraal Stembureau wordt voorgezeten door
mr. A. Wolfsen. Dit voorzitterschap blijkt zowel uit de
correspondentie met het Stembureau (bijlage 2) als uit de wet (art. E7 lid 2
jo. E11 lid 4 Kieswet). De heer Wolfsen is niet alleen een afgestudeerd jurist,
maar is bovendien gedurende geruime tijd werkzaam geweest binnen de
rechterlijke macht. Blijkens zijn cv was hij van 1980 tot 1982 parketmedewerker
van de arrondissementsrechtbank Zwolle, van 1992 tot 1995 griffier van
diezelfde rechtbank, van 1998 tot 2001 rechter van de arrondissementsrechtbank
te Amsterdam en van 2001 tot 2002 vice-president van de
arrondissementsrechtbank te Haarlem. In de tussenliggende periode 1995 tot 1998
is hij voorts werkzaam geweest bij het Ministerie van Justitie. Gedurende zijn
periode in de Tweede Kamer was hij onder andere woordvoerder op het gebied van
justitie. Van de heer Wolfsen mag derhalve afdoende juridische kennis worden
verwacht om te beoordelen of sprake is van een vereniging met volledige
rechtsbevoegdheid.
Niettemin
heeft het Centraal Stembureau, onder voorzitterschap van de heer Wolfsen, niet
alleen een eenvoudig juridisch vraagstuk geheel verkeerd beoordeeld, maar ook
volhard in zijn onjuiste rechtsopvatting en daarmee de verkiezingscampagne van
de PVU ernstig belemmerd. De raadsman van de PVU heeft d.d. 23 december 2009 de
heer Wolfsen rechtstreeks aangeschreven onder toezending van het beroepschrift,
waarin hij aangaf dat de beslissing van het Centraal Stembureau op een misslag
berustte en het Centraal Stembureau verzocht het besluit te heroverwegen.
Hierop is echter geen enkele reactie gekomen.
Dat de heer
Wolfsen klaarblijkelijk niet alleen heeft verzuimd ervoor zorg te dragen dat de
noodzakelijke juridische kennis in het Centraal Stembureau aanwezig is, maar
vervolgens ook heeft geweigerd zelf de kwestie te beoordelen – zelfs nadat hij
door de raadsman van de PVU was gewezen op de misslag – is een ernstige zaak.
De heer Wolfsen was immers wel degelijk op de hoogte van de kwestie, zoals ook
blijkt uit zijn e-mailbericht d.d. 18 december 2009 (bijlage 8). Dat een
voormalige rechter stelt dat uit de notariële akte houdende statuten zou
blijken dat geen sprake is van volledige rechtsbevoegdheid, is onbegrijpelijk
en op zijn minst onzorgvuldig.
De PVU heeft
hierdoor (electorale) schade geleden; door de negatieve berichtgeving, de
vertraging van de registratie waardoor de campagne pas later op gang kon komen
en tenslotte door alle gemaakte kosten.
Gelet op de
betrekkelijke eenvoud van het juridische geschil, de juridische kennis binnen
het Centraal Stembureau in de persoon van de heer Wolfsen en diens weigering
tot enige medewerking, kan de PVU zich niet aan de indruk onttrekken dat niet
slechts sprake is van juridische misslag, maar ook van politieke onwil. Van de
voorzitter (een gerenommeerd jurist) mag immers worden verwacht dat hij de
wettelijke bepalingen omtrent het verenigingsrecht kent. De PVU meent dan ook
dat de weigering van het Centraal Stembureau de partij te registreren mede het
gevolg was van politiek-inhoudelijke overwegingen en niet slechts van
juridisch-formele. Het Centraal Stembureau, inclusief de burgemeester, heeft in
dat geval uiterst laakbaar gehandeld en zijn macht aangewend voor oneigenlijke
doeleinden. Of een politieke partij wordt vertegenwoordigd in de gemeenteraad
behoort te worden besloten door de burger middels verkiezingen, niet op het
stadhuis.
Daar komt bij
dat men nog altijd geen uitvoering geeft aan het financiële gedeelte van de
uitspraak, ondanks sommatie daartoe. Dit versterkt het beeld dat sprake is van
politieke onwil.
Ik verzoek u
derhalve de klacht in behandeling te nemen en onderzoek te doen naar de
handelswijze van het Centraal Stembureau en zijn voorzitter.
Categorie: Gemeente Utrecht